FORGOT YOUR DETAILS?

Blog

10-03-2026

Jeugdpeiling 2026: online risico’s, wapens en jeugdgroepen

Jongeren zijn steeds vaker online. En wat daar gebeurt, werkt door op straat en in de wijk. In de Jeugdpeiling 2026 delen professionals hun zorgen én hun ervaringen. Het beeld is duidelijk: criminaliteit begint jonger, online ronselen is lastig te zien en wapenbezit blijft een hardnekkig probleem. Tegelijk willen gemeenten en partners wél samenwerken, maar dat gaat niet altijd even soepel.

De grootste uitdagingen voor gemeenten het komende jaar zijn:

  • Meer zicht krijgen op de online leefwereld van jongeren
  • Betere samenwerking en heldere afspraken maken over informatiedeling
  • Omgaan met beperkte tijd, personeel en middelen.

“Wat online gebeurt, zien we niet. Daardoor reageren we altijd te laat.”

Online wereld is groot en vaak onzichtbaar

Respondenten noemen de online leefwereld van jongeren de grootste uitdaging. Besloten platforms en accounts maken gedrag moeilijk te volgen. Dat frustreert professionals, omdat je dan pas ingrijpt als het al misgaat. Zoals één respondent het zegt: “Wat online gebeurt, zien we niet. Daardoor reageren we altijd te laat.”

Jonger, sneller en soms harder

Veel professionals zien verjonging: jongeren komen al rond 11 of 12 jaar in beeld. Geld en status spelen daarbij een grote rol. Preventie komt dan snel te laat. Ook wapens en geweld baren zorgen, vooral messenbezit en dreiging met messen. Een respondent vat het scherp samen: We doen losse acties, maar geen structurele lijn.”

Samen sterk

Samenwerking is volgens veel respondenten onmisbaar voor een effectieve aanpak van (online) jeugdcriminaliteit en problematisch groepsgedrag. Ondanks dat professionals vaak tegen grenzen aanlopen van bijvoorbeeld privacyregels, verschillende werkwijzen of onduidelijke aanspreekpunten, geloven zij in een gecombineerde aanpak van preventie en begrenzing.

Lees alle uitkomsten, quotes en aandachtspunten van de jeugdpeiling in de factsheet Jeugdpeiling 2026.

Concreet aan de slag in jouw gemeente

Het CCV helpt gemeenten en partners om sneller samen te werken en meer grip te krijgen op (online) jeugdcriminaliteit, vroegsignalering en jeugdgroepen. Je vindt op deze website praktische hulpmiddelen, zoals het 7-stappenmodel, de interactieve pdf over vroegsignalering en de routekaart samenwerken bij online jeugdcriminaliteit.

Over de jeugdpeiling

Het CCV-jeugdteam voert de jeugdpeiling al dertien jaar uit. De peiling geeft inzichten die het CCV vertaalt naar praktische handvatten. De peiling voor 2026 werd ingevuld door professionals uit gemeenten, politie, onderwijs en welzijn. Meer dan de helft van hen werkt bij een gemeente.

 

 

09-02-2026

Brandweer vrijwilliger

In een recent overleg over onze laatste publicaties op Facebook spraken we over toon en voice. Persoonlijk vind ik dat we best kritisch mogen zijn op wie in dit land over veiligheid gaat. Op bestuurders. Op systemen. Op keuzes die van grote invloed zijn op mensen die elke dag klaarstaan.

Maar tegelijk zijn wij van de VBV ook gruwelijk trots. Trots op de brandweer. Trots op de vrijwilligers die 24/7 paraat staan. Want brandweervrijwilliger ben je niet “erbij”. Het is een passie. Een virus. En ja je moet een béétje raar zijn om naar gevaar toe te lopen waar anderen vandaan vluchten. Dat is geen hobby met een pieper. Dat is een keuze die je elke dag opnieuw maakt. Ook op dagen dat niemand het ziet. Je leeft je gewone leven: werk, gezin, boodschappen, sport, een verjaardag. En toch draag je altijd iets extra’s met je mee: het besef dat je, als het moet, meteen opstaat voor een ander

En dat gebeurt. Niet aangekondigd. Niet gepland.Een piep. Een seconde stilte. Dan: schoenen, jas, helm. Je laat achter waar je mee bezig was. Zonder drama. Zonder heldenverhaal. Gewoon omdat iemand anders op dat moment pech heeft. Angst. Vastzit. Niet meer ademt. Zijn huis ziet branden. Of langs de weg staat te trillen van schrik.

Het samen-gevoel is geen slogan

Wat het zo bijzonder maakt, is dat je het nooit alleen doet. De kazerne is een plek waar verschillen wegvallen. Jong en oud. Timmerman, docent, zorgmedewerker, ondernemer, student. Iedereen met een eigen leven, een eigen rugzak, een eigen verhaal. Maar zodra je binnenstapt, hoor je ergens bij. Bij een ploeg die elkaar blind vertrouwt. Niet omdat het gezellig is maar omdat het móét. Omdat je in een rookgevulde ruimte niet kunt twijfelen of de ander er staat. Omdat je je leven letterlijk aan elkaar toevertrouwt.

Dat vertrouwen groeit in trainingen. In eindeloze herhalingen. In vermoeidheid en frustratie, maar net zo goed in humor. En dat zie je terug op het moment suprême. Als het erop aankomt, beweegt een team als één organisme: kort, scherp, gefocust. Geen poeha. Alleen doen wat nodig is.

Passie met vuile handen

Brandweervrijwilligers hebben een stille passie. Niet het type dat roept hoe goed het is. Eerder het type dat doet. Dat de slang pakt. Een deur forceert. Knielt naast een slachtoffer. En nog één keer teruggaat om te checken of niemand is achtergebleven. En ja soms is het zwaar. Gruwelijk zwaar. Soms kom je terug met beelden die je liever niet had gezien. Beelden die ongewenst beklijven. Soms stap je na afloop weer je gewone leven in, terwijl je hoofd nog bij dat incident is. En toch staan vrijwilligers er wéér. Omdat plichtsbesef hier geen theorie is. Het zit in je lijf en leden!

Dankbaarheid die je niet koopt

Het mooiste? Dat moment ná. Wanneer de adrenaline zakt en je ineens voelt waarom je dit doet. Soms komt het later: een kaartje, een bericht, een ontmoeting in de supermarkt. En soms komt het nooit omdat mensen in shock zijn, of omdat het leven verder gaat. Maar jij weet het. Je was er. Voor iemand die jou niet kende, maar jou wel nodig had. En dat geeft een trots die je niet kunt faken. Trots die niet schreeuwt, maar blijft.

Vrijwillig, maar niet vrijblijvend

Precies daarom verdient dit respect. Vrijwillig betekent hier niet: vrijblijvend. Het betekent: vanuit jezelf. Uit overtuiging. Uit liefde voor je omgeving. Vrijwilligers vormen de ruggengraat van de brandweer in grote delen van Nederland. Met een eigen dynamiek, een eigen context en een enorme maatschappelijke waarde. Het is lokaal. Dichtbij. Menselijk. Het is: wij zorgen voor elkaar. En dat raakt aan iets groters. Aan gemeenschap. Aan verantwoordelijkheid. Aan de simpele waarheid dat een samenleving pas echt sterk is als mensen opstaan voor elkaar zonder contract, zonder bijsluiter.

Daarom is het zo mooi

Brandweervrijwilliger zijn is er staan wanneer het ertoe doet. Niet met woorden, maar met daden. Het is kameraadschap die je voelt in je ziel én zaligheid…Spanning, discipline, humor, verdriet, opluchting en trots door elkaar. Het is het beste van menselijkheid in werkkleding.

Samen komen. Samen gaan. Samen dragen : Het verschil maken.

 
 
 
 
 
 
 
02-02-2026

Geweld gebruikt tegen de politie? Altijd een reactie!

Incidenten waarbij politiemedewerkers agressief of gewelddadig worden behandeld, hebben hoge prioriteit. Er volgt altijd een reactie. Hoe?

  • Politiemedewerkers zijn duidelijk in wat wel en geen toelaatbaar gedrag is en spreken de agressieve persoon er direct op aan.
  • Fysiek geweld wordt natuurlijk niet geaccepteerd, evenmin als bedreiging, mishandeling of belediging.
  • Verdachten worden gelijk aangehouden.
  • De politie registreert alle incidenten met agressie en geweld.
  • De politie doet altijd direct aangifte.
  • Het Openbaar Ministerie brengt de dader zo snel mogelijk voor de rechter en eist driemaal zo hoge straffen. Daarbij kan het Openbaar Ministerie snelrecht of supersnelrecht toepassen.
  • Bij snelrecht vindt de rechtszaak tegen de verdachte binnen veertien dagen na het incident plaats, bij supersnelrecht binnen drie dagen.
  • Schade wordt altijd verhaald op de dader.
 
 
 
 
07-01-2026
 
THEMA'S:ondermijning

De ‘onderwereld’ bestaat niet

Collage met een politieman met fietshelm, een man in werkkleding met mensen in gesprek, boeken en twee hoofden verbonden door een grafieklijn.
Illustratie: Hans Sprangers
3 februari 2025
auteur: Teun van Ruitenburg
 

Ondermijning wordt in het veiligheidsdomein gedefinieerd als de vermenging van de ‘onderwereld’ met de ‘bovenwereld’. Deze definitie gaat dikwijls gepaard met het beeld van een ‘veelkoppig monster’. Laten we afscheid nemen van het begrip van de ‘onderwereld’. Georganiseerde criminaliteit en ondermijning bestaan niet ondanks, maar dankzij de samenleving.

 
 

Voormalig minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius beschreef ‘ondermijning’ als een gevaar dat van buitenaf onze wereld binnendringt: “De manier waarop de onderwereld binnendringt in onze eigen wereld is ingrijpend en raakt ons allemaal.” Daarbij krijgt ‘ondermijning’ (on)menselijke eigenschappen toegeschreven: het gaat om een “veelkoppig monster” dat elke dag “een of meer koppen omhoog steekt”. De aanpak van dit “monster” heeft vervolgens betrekking op het “afhakken” van “een paar koppen” en streeft ernaar om “het beest in zijn hart raken”. Zo adviseerde de Rekenkamer Arnhem ‘zijn’ gemeente om bij de aanpak van ondermijning het “beest recht in de bek” te kijken. Het gaat tot slot om een hardnekkig probleem: wanneer “één kop van het monster” wordt afgehakt, zal elders weer een nieuwe aangroeien. 

In de jaren negentig bestond op vergelijkbare wijze het beeld van de georganiseerde criminaliteit als een buitenaards wezen. Tijdens de verhoren van de Parlementaire enquête opsporingsmethoden, IRT (1994-1996), werd Cyrille Fijnaut door de voorzitter gevraagd naar de aanwezigheid van een mysterieuze octopus: 

“Er is in Nederland voortdurend sprake van de naam Octopus, als ware er een grote overkoepelende vereniging, club, groep, die octopus heet en die, onder een- of tweehoofdige leiding, alles in handen zou hebben. Wat is uw bevinding ter zake?” 

 

 

 

 

 

Criminele groepen moeten begrepen worden in hun maatschappelijke en sociale context

Onderzoeksgroep Fijnaut kwam destijds tot de conclusie dat het beeld van één groep die zich bedient van een crimineel netwerk, als het ware via de tentakels van een octopus, niet klopt. Ook navolgend criminologisch onderzoek, zoals het recent verschenen overkoepelend fenomeenbeeld ‘Samenwerken en uitbesteden: georganiseerde misdaad in beeld’ van de Nationale Politie, benadrukt het fluïde karakter van criminele netwerken en het idee dat criminele groepen begrepen moeten worden in hun maatschappelijke en sociale context, en dus niet als een buitenaardse dreiging. Georganiseerde criminaliteit bestaat “niet ondanks, maar dankzij” de samenleving. Denk in dit verband aan de Rotterdamse haven, een van de belangrijkste levensaders van de Nederlandse economie en precies daarom van essentieel belang voor bijvoorbeeld het importeren van drugs uit Zuid-Amerika.

‘Onze eigen wereld’

Om deze reden pleit ik ervoor om in de discussie over ondermijning afscheid te nemen van de term  “onderwereld” én diens bijbehorende “monsters”. Dit voorstel is niet zonder praktische waarde: de manier waarop je een begrip definieert houdt verband met de manier waarop over de oorzaken van een probleem wordt nagedacht en juist dit is weer bepalend voor hoe de aanpak van het probleem wordt vormgegeven. Woorden maken daden. 

In het ‘monster’-frame ligt de nadruk op de dader als ‘de ander’

Het onderscheid tussen de boven- en onderwereld plaatst het probleem van georganiseerde criminaliteit onterecht buiten onze invloedsfeer en ontslaat ons van het willen begrijpen van crimineel gedrag. ‘Monsters’ zijn immers anders dan ‘wij’ en die kan en wíl je niet begrijpen—die kan je alleen maar de “kop afhakken” en “keihard aanpakken”. De realiteit is dat mensen betrokken raken bij georganiseerde criminaliteit door een samenspel van allerlei omstandigheden, sociale relaties, individuele factoren zoals psychische stoornissen, gezinsfactoren en (criminele) gelegenheden. Criminaliteit, in welke vorm dan ook, wordt gepleegd door mensen die inherent onderdeel uitmaken van wat de minister van Justitie en Veiligheid eerder omschreef als “onze eigen wereld”. In andere woorden: criminaliteit is het resultaat van onze wereld. Denk bijvoorbeeld aan de achterop geraakte buurten waarin jongeren kwetsbaarder zijn om bij criminaliteit betrokken te geraken, maar ook aan de aanbieders van cryptocommunicatiediensten, zoals het recent ontmantelde Matrix. Het feit dat het opsporingsdiensten (weer) is gelukt om een dergelijke dienst uit de lucht te halen en (live) met berichten mee te lezen, laat zien dat de aanbieders en gebruikers van deze dienst(en) zich onterecht in een andere wereld waanden.

Gelegenheden wegnemen

In het ‘monster’-frame ligt de nadruk op de dader als ‘de ander’. Het gaat uit van een wezen dat vanuit een andere wereld onze gegoede en gezonde maatschappij komt opvreten om vervolgens terug te keren naar zijn eigen (onder)wereld. Het is van belang om in te zien dat daders van georganiseerde criminaliteit niet fundamenteel anders zijn dan wij, met name ten behoeve van een effectieve aanpak. Het is belangrijk om de overwegingen en keuzes van daders onbevooroordeeld te (willen) analyseren en begrijpen om vervolgens de (criminele) gelegenheden te dichten in die ene wereld die we allemaal met elkaar delen. <<

Teun van Ruitenburg is lector Ondermijning bij het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht, Avans Hogeschool, tevens senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR ). Deze bijdrage is grotendeels gebaseerd op de lectorale rede van de auteur op 27 september 2024 aan Avans Hogeschool, Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht (Van Ruitenburg, 2024). 
De auteur is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: t.vanruitenburg(at)avans.nl
.

 
 
 
17-12-2025
 
Filmpjes-Tips  
Ondermijning, Inbraak, Cybercrime, Drugsoverlast
 
https://www.spv.nu/veilig-in-de-buurt/
 
 
05-12-2025
 

Meer doden in het verkeer verwacht, vooral onder fietsers en ouderen

Deel dit artikel

Er zijn zo snel mogelijk extra maatregelen nodig om het verkeer veiliger te maken. Dat zegt verkeersveiligheidsinstituut SWOV in een nieuw rapport. Het aantal verkeersdoden en gewonden nam dit jaar opnieuw toe. En als er niks gebeurt, worden het er volgens de SWOV alleen maar meer.

Volgens het instituut leidt een samenspel van factoren tot meer verkeersslachtoffers. "Hoe meer verkeer er op de weg is, hoe meer slachtoffers we kunnen verwachten", zegt SWOV-onderzoeker Letty Aarts. Daarnaast spelen risico's op de weg mee: hoe mensen zich gedragen, welke voertuigen zij gebruiken en in welke staat de weg verkeert.

Vooral onder fietsers en ouderen zal het aantal verkeersslachtoffers stijgen, verwacht SWOV. In die groepen nam het aantal slachtoffers de afgelopen jaren al toe. Het instituut verwacht dat het aantal verkeersdoden in 2040 tussen de 720 en 760 ligt, tegenover 675 in 2024.

Door de vergrijzing neemt het aantal scootmobielgebruikers op de weg ook toe, waardoor naar verwachting het aantal doden onder deze groep relatief sterk zal stijgen.

'Baart zorgen'

Maar verreweg de meeste doden in het verkeer vallen onder fietsers, aldus SWOV. "De laatste jaren zijn zij de grootse groep geworden, vroeger waren dat nog automobilisten", zegt Aarts. "En onder de ernstige verkeersgewonden is ruim 70 procent fietsers. Dat aantal neemt alleen maar toe, en dat baart zorgen."

SWOV verwacht in 2040 10.000 personen die ernstig gewond raken in het verkeer en 23.000 tot 25.000 matig gewond. Dat is aanzienlijk meer dan in 2024, toen er 7800 ernstig gewonden waren en 18.800 matig gewonden. 113.000 verkeersslachtoffers werden behandeld op de spoedeisende hulp. een jaar eerder waren dat er nog 110.000. De aantallen verkeersgewonden blijven daarmee zorgwekkend stijgen, aldus SWOV.

"Elektrische fietsen en fatbikes zijn ook voertuigen die we steeds vaker terugzien in de slachtoffercijfers", zegt Aarts. "Vooral het gebruik van elektrische fietsen neemt sterk toe. Maar daarnaast zijn het ook de gewone fietsers die we nog altijd in grote aantallen in de cijfers terugvinden."

Auto's apart of langzamer

Eerder onderzoek laat zien dat fietsers bij dodelijke ongevallen vaak botsen met auto's. "Daarvoor zijn er twee opties: scheid het fietsverkeer van het autoverkeer door aparte fietspaden langs 50-kilometerwegen. En daar waar dat niet kan, zorg dat het autoverkeer langzaam rijdt, bijvoorbeeld niet harder dan 30. Daarvoor is al technologie beschikbaar in auto's, maar ook handhaving is belangrijk."

Bij fietsongelukken waarbij gewonden vallen, gaat het vaak om fietsers die de controle verliezen. "Een fiets is toch een balansvoertuig, en daarbij speelt de infrastructuur een belangrijke rol", zegt Aarts. "Daarom pleiten we ervoor de fietspaden veiliger in te richten".

Dat kan bijvoorbeeld door onnodige paaltjes weg te halen, een wegdek zonder hobbels en kuilen, en goede belijning, zodat fietsers goed kunnen zien waar ze rijden en hun evenwicht kunnen bewaren.

Helmen

Verkeersdeelnemers kunnen zichzelf ook beschermen, zegt Aarts. "Het gebruik van de fietshelm is in opmars; bij elektrische fietsen neemt dat langzaam toe, mensen worden zich steeds bewuster hoe kwetsbaar ze zijn. Maar dat gaat heel geleidelijk, we denken dat het heel veel slachtoffers kan schelen als daar meer aandacht voor komt en meer mensen een helm dragen."

Daarnaast is het belangrijk om mensen voldoende voor te lichten en de helm standaard aan te bieden als mensen een nieuwe fiets kopen. "Er zijn een hele keur aan maatregelen waar je aan kan denken om de fietshelm te stimuleren en te zorgen dat mensen versneld een fietshelm gaan dragen."

SWOV zegt verder dat automatisering, een belangrijke trend in de auto-industrie, niet is meegenomen in de berekeningen. Het gaat daarbij om systemen in de auto die de bestuurder ondersteunen of delen van de rijtaak overnemen.

 
 
 
26-11-2025
 

Aanpak grenscriminaliteit: 'Meer inzetten op volgen geldstromen'

Politiechef Limburg Jan van Loosbroek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© L1 (Robert Janssen)

Terwijl criminelen zonder enig probleem de grens oversteken, wordt de politie wel ingeperkt door grenzen. Ingeklemd tussen België en Duitsland is Limburg een aantrekkelijk gebied voor criminelen. Reden voor een bredere aanpak van grensoverschrijdende misdaad.
Hiervoor kwamen verschillende partijen woensdagavond in Maastricht bij elkaar bij debatcentrum Sphinx. De nood is hoog, want momenteel heeft landelijk een op de drie jongeren wel eens te maken gehad met criminaliteit, als dader of als slachtoffer. En de cijfers in Zuid-Limburg zijn nog alarmerender.

Stilstand

Er moet internationaler worden gewerkt, is de boodschap. Hoogleraar criminologie Hans Nelen van de Universiteit Maastricht is kritisch is op de opsporing. "We staan stil op het gebied van internationale samenwerking", stelt hij. In zijn betoog zegt hij ook dat meer moet worden ingezet op het volgen van het criminele geld. "We blijven te nationaal denken. Er moet worden geïnvesteerd in mensen die de geldstromen over de grens kunnen volgen."

Gewilde grensregio

Zuid-Limburg heeft van oudsher te maken met vormen van grote en kleine criminaliteit. Waar het vroeger ging om het smokkelen van boter, sigaretten en wat stroperij, is er de laatste decennia een verschuiving naar zwaardere criminaliteit. Van de handel in met name softdrugs rond de centrale knooppunten Maastricht en Heerlen, is de regio de afgelopen jaren steeds meer een doorvoerhaven en productielocatie geworden voor synthetische drugs. "Ergens worden deze mensen gefaciliteerd en kunnen ze hun criminele geld kwijt in bijvoorbeeld vastgoed en horeca. Het is zaak ons meer daarop te richten", aldus criminoloog Nelen.
  • Miljoenen van Rijk voor preventie jeugdcriminaliteit Heerlen

     

     

     

     

     

     

     

     

     

Meters gemaakt

Politiechef van Limburg Jan van Loosbroek ontkent dat er stilstand is. Wel zijn er nog genoeg stappen te maken: "Nelen heeft ons twee jaar geleden al wakker geschud en sindsdien hebben we echt meters gemaakt." Een van de stappen is dat de grensregio in 2030 een Euregionale politieoperatie krijgt. "Als we dat voor mekaar krijgen, hebben we een megaslag gemaakt", aldus Van Loosbroek. "Belangrijkste uitdaging is daarbij, dat wat er dan staat ook blijft staan voor de toekomst."

Grensoverschrijdende aanpak

Een grensoverschrijdende aanpak is niet nieuw. Sterker nog, er zijn heel veel initiatieven geweest om door een betere samenwerking met de buurlanden de criminaliteit in Zuid-Limburg terug te dringen. Het blijft een hardnekkig probleem en raakt juist de kwetsbaren in de samenleving, zo stelt gouverneur Emile Roemer, die zich daarover zorgen maakt. "Dat ik me zorgen maak is logisch, als je ziet hoeveel jongeren gerekruteerd worden voor het criminele pad."
  • Nieuw verdrag zorgt voor grenzeloze mogelijkheden politie

     

     

     

     

     

     

     

     

     

Belangrijke vooruitgang

De gouverneur vindt dat er zeker stappen gemaakt zijn de afgelopen jaren in de grensoverschrijdende samenwerking. "Denk aan het Benelux-verdrag waardoor Nederlandse agenten over de grens mogen gaan als ze in België achter criminelen aanrijden." Ook het feit dat de opsporingsdiensten van de drie landen vaker bij elkaar zitten om het geleerde te bespreken noemt hij een belangrijke vooruitgang.

Meer politie

Net als dat al jaren wordt gewerkt aan een betere samenwerking met de buurlanden, klinkt al heel lang de roep om extra politie-inzet. Een oproep die vooralsnog geen gehoor heeft gekregen en die nog altijd geldt. Volgens hem is dat maar een deel van de oplossing, een ander deel is scholing. "Er is nog een wereld te winnen aan het opleiden van mensen." Roemer pleitte aan tafel voor een nieuw opleidingscentrum waarin mensen inzicht krijgen in het financiële reilen en zeilen in Nederland, België en Duitsland. Wat de verschillen, maar ook wat de overeenkomsten zijn. Dieper ingaan op zijn proefballonnetje wil hij na afloop niet echt. "Als ze maar vakbekwaam worden opgeleid."
  • Politietekort in Limburg: 'De crimineel is de baas hier'

     

     

     

     

     

     

     

     

     

Engels praten

Het blijft lastig om goed samen te werken met alle verschillen in wetgeving. Dat men er aan de andere kant van de grens niet genoeg over weet, bleek bij tijdens de bijeenkomst. Politiechef Van Loosbroek zegt gekscherend dat het handig zou zijn als de politieagenten in de drie landen allemaal Engels zouden spreken. "Dat was een grap, maar met een serieuze ondertoon. Bij een gezamenlijke politieachtervolging is dat handig, maar ook bij de opsporing. Je moet wel weten waar je het met mekaar over hebt."
Als afsluiter geeft hij mee dat er voor hem twee dingen heel belangrijk zijn. Als eerste noemt hij het beschermen van kwetsbare kinderen, iets wat de gouverneur ook aanhaalde. En als tweede mogen de criminelen zich niet meer onaantastbaar voelen. "The untouchables moeten zich ook touchable voelen."

13-11-2025

Veiligheid voor vrouwen vraagd om meer dan pepperspray.

Nederland schiet tekort waar het gaat om het voorkomen van geweld tegen vrouwen. Dat stelt een toezichtsorgaan van de Raad van Europa, GREVIO, vast in een recent rapport. Hoe zit het eigenlijk met geweldsdelicten tegen vrouwen en mannen in ons land? Is er sprake van een genderpatroon in geweldservaringen? En moeten we niet aan de slag met de onderliggende gendernormen die het ontstaan van geweld in de kaart spelen?

 
 

Op woensdag 5 november organiseert de minister van Justitie en Veiligheid een rondetafelgesprek over de veiligheid van vrouwen in de openbare ruimte. De aanleiding is schrijnend: de moord op Lisa heeft opnieuw pijnlijk duidelijk gemaakt dat vrouwen zich niet altijd veilig voelen op straat. De uitnodiging voor dit gesprek valt samen met de publicatie van het actuele GREVIO-rapport over Nederland. GREVIO ziet namens de Raad van Europa toe op de naleving van het Verdrag van Istanbul. Dat rapport is kritisch: er gebeurt veel, maar we zijn er nog lang niet.

Twee werelden van geweld

GREVIO maakt onderscheid tussen geweld in de publieke ruimte en geweld achter de voordeur. In de publieke sfeer gaat het onder meer om straatintimidatie en seksuele agressie. Achter de voordeur gaat het om huiselijk en eergerelateerd geweld. Je zou grofweg kunnen stellen dat veel geweld in het publieke domein wordt gepleegd door daders die onbekenden zijn van het slachtoffer en dat het in intieme sferen om bekende daders gaat. In Nederland wordt daarvoor ook de term ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties’ gebruikt. 

 

 

 

 

 

 

 

 

GREVIO is kritisch op die term. Die zou te neutraal zijn en verhullen dat vrouwen structureel vaker slachtoffer zijn. Maar juist in het begrip afhankelijkheid schuilt een kans: het maakt machtsverhoudingen zichtbaar. Afhankelijkheid is geen neutrale toestand, maar een relationele dynamiek waarin machtsverhoudingen zichtbaar worden. De term is juist een uitnodiging tot analyse en niet tot versluiering. GREVIO roept Nederland op om de sekse van slachtoffers én daders systematisch te registreren. Dat is een noodzakelijke stap, maar geen voldoende voorwaarde. Een echte genderanalyse vraagt om inzicht in machtsverhoudingen, sociale normen en intersectionele kwetsbaarheid. Dat gaat een stap verder dan het noteren van sekse. Het gaat immers om de vraag wie afhankelijk is van wie, en waarom. Alleen dan kunnen we patronen van geweld doorbreken. Ik vraag me oprecht af of zich dat alles in een woord laat vangen. Ik onderschrijf echter de noodzaak voor aandacht voor genderverhoudingen.

Slachtofferschap in perspectief

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de Emancipatiemonitor 2024 is een aantal vergelijkingen gemaakt tussen slachtofferschap van vrouwen én mannen waar het geweld en seksueel overschrijdend gedrag betreft. In dit rapport is ook geput uit andere belangrijke bronnen zoals de Veiligheidsmonitor en de Prevalentiemonitor Huiselijk geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag. 

Ik geef hier letterlijk weer wat in dit rapport vermeld staat: zo blijkt dat in 2023 6,4 procent van de inwoners van Nederland (15 jaar of ouder) slachtoffer is geworden van een of meerdere geweldsdelicten. Het percentage verschilt niet tussen mannen en vrouwen. Onder geweldsdelicten vallen mishandeling, bedreiging en seksueel geweld. Concreet ging het om 496 duizend vrouwelijke en 470 duizend mannelijke slachtoffers. 

De drie types geweldsdelicten vertonen wel verschillen tussen mannen en vrouwen in slachtofferpercentages. Zo zijn mannen meer dan vrouwen slachtoffer van bedreiging (5,4 procent bij mannen, 3,9 procent bij vrouwen) en mishandeling (1,4 procent tegen 0,9 procent). Het slachtofferpercentage van seksueel geweld ligt bij vrouwen dan weer 5 keer zo hoog als bij mannen (3,1 tegenover 0,6 procent). Mannen en vrouwen die slachtoffer van geweld werden, geven het meest aan dat dit geweld op straat plaatsvond (zie tabel B7.1.2). Vooral bij mannen is dit het geval (46 procent, en 32 procent bij vrouwen). Ook uitgaansgebied, het eigen huis en het werk worden door mannen en vrouwen relatief veel genoemd als de locatie waar het incident voorviel. In vergelijking met mannen werden vrouwen meer slachtoffer in een uitgaansgebied, op het werk of bij iemand anders thuis. 

Mishandeling en bedreiging vinden voornamelijk plaats op straat, en dit bij mannen meer dan bij vrouwen. In vergelijking met mannen ondervinden vrouwen deze delicten relatief vaak thuis. Een ander verschil is dat vrouwen meer bedreigd worden op het werk en meer bij iemand anders thuis mishandeld worden. Mannen ervaren dan weer meer dan vrouwen bedreiging in een uitgaansgebied. Seksueel geweld vindt voornamelijk plaats in een uitgaansgebied, en dit zowel bij mannen als vrouwen. In de Prevalentiemonitor Huiselijk Geweld en Seksueel Grensoverschrijdend gedrag geven vrouwen vaker dan mannen aan dat zij in de twaalf maanden voor het onderzoek slachtoffer zijn geweest van een of meerdere vormen van huiselijk geweld: 10 procent van de vrouwen en 8 procent van de mannen van 16 jaar of ouder. Het gaat daarbij om fysiek of seksueel geweld of dwingende controle in huiselijke kring, of om stalking door een ex-partner. Huiselijk geweld wordt het vaakst door een partner of ex-partner gepleegd. 

Vrouwelijke werknemers melden vaker dan mannelijke werknemers dat ze op het werk te maken hebben met ongewenst gedrag. Het verschil is vooral groot bij ongewenste seksuele aandacht. Vrouwen hebben hier met 8 procent in 2023 ruim 4 keer zo vaak last van als mannen. Bovendien zijn meer vrouwelijke dan mannelijke werknemers slachtoffer van intimidatie (14 tegen 9 procent) en lichamelijk geweld (4 tegen 2 procent). Dit hangt ermee samen dat vrouwen vaker werken in beroepen met veel externe contacten, zoals verzorgenden, maatschappelijk werkers en artsen. Hoe zit het dan met de angst voor slachtofferschap? Vrouwen voelen zich minder vaak veilig dan mannen. Volgens de Veiligheidsmonitor gaf in 2021 van de bevolking van 15 jaar of ouder, 42 procent van de vrouwen en 24 procent van de mannen aan zich wel eens onveilig te voelen.

Hoewel mannen vaker slachtoffer zijn van moord of doodslag dan vrouwen, is de context waarin vrouwen worden omgebracht vaak indringender. In die zin, dat het fatale geweld zich in de persoonlijke context afspeelt. In 2024 werden in Nederland 76 mannen en 44 vrouwen vermoord. Bij vrouwen ging het in meer dan de helft van de gevallen om dodelijk geweld door een (ex-)partner. Bij mannen was de vermoedelijke dader vaker een kennis of betrof het een afrekening in het criminele circuit. Vrouwen werden meestal in hun eigen woning gedood. Bij mannen gebeurde dit vaker op straat. 

Genderanalyse

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kortom, hoewel het totale percentage slachtoffers van geweldsdelicten in Nederland in 2023 gelijk is voor vrouwen en mannen (6,4 procent), laat een nadere uitsplitsing zien dat de aard van het geweld sterk verschilt. Mannen zijn vaker slachtoffer van mishandeling en bedreiging, terwijl vrouwen vijf keer vaker slachtoffer zijn van seksueel geweld. Ook de locatie van het geweld verschilt: mannen worden vaker op straat en in uitgaansgebieden geconfronteerd met geweld, terwijl vrouwen relatief vaker slachtoffer zijn in huiselijke kring, op het werk of bij iemand anders thuis. Deze verschillen wijzen op een genderpatroon in geweldservaringen: waar mannen vaker te maken krijgen met fysiek geweld in publieke settings, ervaren vrouwen vaker seksueel en relationeel geweld, vaak gepleegd door bekenden. Dat vraagt om een aanpak die niet alleen het aantal slachtoffers telt, maar ook de context en impact van het geweld erkent. Een genderanalyse dus.

Structurele patronen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nu zullen critici zeggen, ‘is dit geen oud nieuws?’ Hoewel we nu in 2025 leven, zijn deze cijfers nog steeds relevant, ze geven een recente momentopname van structurele patronen. Bovendien zijn er geen nieuwere landelijke cijfers beschikbaar op dit moment. Wel is het belangrijk om te beseffen dat maatschappelijke ontwikkelingen (zoals de moord op Lisa, publieke debatten over pepperspray) de beleving van veiligheid kunnen beïnvloeden, ook zonder dat dit direct in cijfers zichtbaar is. Uit recent onderzoek van EenVandaag onder bijna 2.000 vrouwen onder de 35 jaar blijkt dat 75 procent van hen het afgelopen jaar seksueel werd geïntimideerd in het openbaar. Sinds een jaar is dat strafbaar, maar slechts 4 procent van de slachtoffers deed aangifte  .

Pepperspray en gendernormen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na de moord op Lisa klinkt de roep om pepperspray. Minister Van Weel onderzoekt of het middel legaal beschikbaar kan worden gesteld voor vrouwen. Het middel kan een aanvaller direct uitschakelen zonder blijvend letsel, het kan bijdragen aan een gevoel van veiligheid.

Hoe gaan andere landen met pepperspray om?
In landen als Duitsland en Oostenrijk is het middel al legaal voor burgers, zonder dat dat gepaard lijkt te gaan met excessen. In die landen mag het middel verkocht worden als dierenafweerspray. België staat het bezit onder voorwaarden toe. Maar er wordt ook gewaarschuwd: belagers kunnen zelf pepperspray gebruiken om een slachtoffer uit te schakelen. Criminelen gebruiken het middel soms bij straatroof of overvallen in woningen. In Denemarken werd het middel vanwege dit soort illegaal gebruik na twee jaar alweer afgeschaft. 

Goedbeschouwd is pepperspray geen antwoord op de onderliggende gendernormen die het ontstaan van geweld in de kaart spelen. Het vergroot misschien het gevoel van controle, maar verandert niets aan de oorzaak. Zoals GREVIO stelt: veiligheid vraagt om structurele en culturele verandering. Ik vraag me af of het toestaan van middelen zoals pepperspray daaraan bijdragen. Ook gezien het gegeven dat vrouwen ook veel met geweld achter de voordeur te maken hebben.

Nu behelst zelfverdediging uiteraard meer dan de inzet van wapens. Er zijn ook tal van trainingen waarin vrouwen leren hoe ze hun lichaam, stem en houding kunnen inzetten om grenzen te stellen en zich te verdedigen. De nadruk ligt op mentale paraatheid, situatiebewustzijn en assertiviteit: vaardigheden die helpen om risico’s vroeg te herkennen en escalatie te voorkomen. Fysieke technieken zoals het loskomen uit een greep, het raken van kwetsbare plekken of het gebruik van alledaagse voorwerpen (zoals een paraplu of tas) kunnen waardevol zijn, mits geoefend. Hoewel ik geen expert in dezen ben, kan ik me voorstellen dat dergelijke cursussen bij kunnen dragen aan het versterken van zelfvertrouwen en de weerbaarheid van vrouwen.

Een uitnodiging tot verandering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De uitnodiging voor het rondetafelgesprek op 5 november, is een kans. Niet alleen om ervaringen te delen, maar om het gesprek te voeren over wat veiligheid werkelijk betekent. Veiligheid is geen individuele verantwoordelijkheid, maar een collectieve opdracht. Pepperspray mag dan een symptoom bestrijden, maar het verandert niets aan de oorzaak. Op 5 november spreken we met name over veiligheid in het publieke domein, maar we mogen het geweld achter de voordeur niet vergeten. Juist daar vindt veel gendergerelateerd geweld plaats, vaak door (ex-)partners. GREVIO benadrukt in het recente rapport, dat veiligheid voor vrouwen niet alleen vraagt om bewustwording, maar ook om politieke wil, goede coördinatie en structurele investeringen. Zonder voldoende middelen en samenhang in beleid, blijft bescherming fragmentarisch en kwetsbaar. Laten we dus verder kijken. Naar patronen, naar structuren, naar machtsverhoudingen. En laten we erkennen dat veiligheid voor vrouwen vraagt om meer dan wapens, het vraagt om rechtvaardigheid en (politieke) erkenning om te komen tot de o zo noodzakelijke verandering. <<

Kijknietweg.nl

08 november 2025

Vuurwerk: ouders kijk niet weg. Rond de jaarwisseling zijn vorig jaar 113 jongeren naar halt gestuurd voor het bezit of het afsteken van illegaal vuurwerk. Veel van dat vuurwerk kwam uit Duitsland, zonder Nederlands keurmerk en zonder gebruiksaanwijzing.

Een ritje over de grens lijkt onschuldig, maar het kan grote gevolgen hebben. Niet alleen voor de veiligheid van je kind maar ook voor anderen. Volgens Halt is een groot deel van het vuurwerk in Duitsland gekocht. Supermarkten zoals Lidl, Aldi en Rewe opende daar al om zes uur s'ochtens om vuurwerk te verkopen. Omdat deze producten geen Nederlandse gebruiksaanwijzing of keurmerk hebben, is het afsteken ervan in Nederland niet toegestaan. Desondanks reden veel ouders naar onze oosterburen om winkelwagens vol vuurwerk in te slaan. 

Illegaal vuurwerk is verboden, koop alleen vuurwerk met Nederlands keurmerk, praat thuis over de risico's.

 

‘Agressie door klanten in winkels zijn geen incidenten’

6 oktober 2025

“Het begon met scheldwoorden. Het eindigde met een gebroken kaak.” Dit vertelt Patrick van den Brink, directeur van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV), bij de opening van de Week van de Veiligheid. “Dit zijn geen incidenten. Dit zijn verhalen die onze adviseurs in de tien regio’s van het Platform Veilig Ondernemen wekelijks horen”, zei hij vanmorgen in Bar Beton in Den Haag. ‘Agressie en Geweld tegen Ondernemers en Medewerkers’ is dit jaar het thema van de Week van de Veiligheid.

Mkb-ondernemers worden steeds vaker geconfronteerd met vormen van criminaliteit, zoals cybercrime, winkeldiefstal maar ook agressie en geweld. Dat raakt hen; soms in hun portemonnee, maar ook in hun plezier in ondernemen en het gevoel van veiligheid. En het gaat verder dan alleen de ondernemer. Medewerkers achter de bar, in de winkel of op locatie zijn vaak degene die het incasseren.

CCV-directeur Patrick van de Brink spreekt op de opening van de Week van de Veiligheid
CCV-directeur Patrick van den Brink spreekt op de opening van de Week van de Veiligheid

Veiligheid is gezamenlijke opgave

Het Platform Veilig Ondernemen dat onderdeel is van het CCV vindt dat agressie en geweld niet alleen een probleem is van de ondernemer. Van den Brink: “Veiligheid is geen individuele verantwoordelijkheid, maar een gezamenlijke opgave. En samenwerken is volgens ons een randvoorwaarde om écht impact te maken en te zorgen voor een veiliger ondernemersklimaat.”

Op landelijk niveau werkt PVO samen met verschillende partners en wisselt kennis uit, en op regionaal (in de tien regio’s) bundelen de PVO’s krachten met private en publieke partners en staan in direct contact met de ondernemer om hen te helpen.

We weten wat ondernemers kunnen doen om zich beter te beschermen.” – CCV-directeur Patrick van den Brink

PVO ziet hoe criminaliteit ondernemers en hun medewerkers raakt. “Ook weten we wat ondernemers kunnen doen om zich beter te beschermen, specifiek binnen een branche én – omdat we regionaal georganiseerd zijn – specifiek binnen een regio”, aldus de CCV-directeur.

Die kennis bouwt PVO volgens hem op door contacten en uitwisseling met private en publieke partners en door te praten met ondernemers zelf. Voor de ondernemers maakt het platform concrete producten en diensten die ze zelf kunnen inzetten.

Opening Week van de Veiligheid
Opening Week van de Veiligheid

Gratis trainingen voor ondernemers

Tijdens deze week organiseert PVO door heel het land gratis trainingen en bijeenkomsten voor ondernemers en partners, gericht op het voorkomen van agressie en geweld. Meer dan 40 activiteiten in totaal. 

En een aantal van deze activiteiten organiseert PVO in samenwerking met een branchepartij. Zoals bijvoorbeeld de trainingen agressie en geweld die de PVO’s Zeeland West-Brabant en PVO Oost-Brabant organiseren in samenwerking met Koninklijke Horeca Nederland.

Maar ook de bijeenkomst voor retailers, die PVO Amsterdam-Amstelland organiseert samen met de gemeente Uithoorn. Hierbij leren ondernemers hoe ze voorkomen dat een winkeldiefstal escaleert en agressie en geweld voorkomen.

Ook werkt PVO al samen met publieke partijen zoals de politie. Een mooi voorbeeld van zo’n samenwerking die in de Week van de Veiligheid plaatsvindt, is de training agressie en geweld, die PVO Regio Rotterdam samen met het basisteam Feijenoord organiseert.

TOP