FORGOT YOUR DETAILS?

Blog

28-07-2026

 

Voorkom pakketfraude met deze 6 slimme tips

Trrrring… De pakketbezorger staat bij je aan de deur. Met een pakketje dat jij niet hebt besteld.  Herken de signalen van pakketfraude en zorg dat er op tijd een belletje bij je gaat rinkelen. 

 

Pakketfraude komt steeds vaker voor

Steeds meer mensen bestellen spullen online. Logisch, want het is makkelijk, snel en je hoeft de deur niet uit. Door al die pakketjes raak je soms het overzicht kwijt. Daar maken oplichters graag misbruik van. 

 

Zo werkt pakketfraude

Criminelen gebruiken een valse naam of nep-profiel en doen online een bestelling. Ze laten het pakket op jouw adres bezorgen en kiezen ervoor om achteraf te betalen. Met de track en trace-code kunnen ze precies zien wanneer het pakket bij jou wordt bezorgd. Online volgen ze de bezorgdatum van het pakket. Na de bezorging, staat er snel iemand bij jou aan de deur voor het ‘verkeerd bezorgde pakje’. Jij geeft het netjes mee. Maar dan komt de rekening. Want die is door de oplichter aan jouw adres gekoppeld.

 

Wat kun je doen als je een onbekend pakketje krijgt?

Lees onze 6 slimme tips.

Neem geen onbekende pakketjes aan

Kijk altijd goed of jouw naam en adres op het pakketje staat. Klopt er iets niet? Of heb je helemaal niets besteld? Weiger het pakketje dan en laat de bezorger het weer meenemen. 

Meld een onbekend pakket direct bij de webwinkel

 

Toch een onbekend pakketje aangenomen? Geef het niet zomaar mee

 

Betaal nooit de rekening

 

Pakket voor de buren? Check het goed!

 

Meld pakketfraude bij de politie 

 
 
 

Verzendkosten pinnen is een bekende babbeltruc

Er komt een bezorger aan de deur met een onbekend pakketje. Met de vraag of je meteen even de verzendkosten wilt pinnen. Hij heeft het pinapparaat al bij zich, handig toch? Het is een babbeltruc die veel voorkomt. Vaak hacken ze tijdens het pinnen jouw pinpas. Daarna hebben ze makkelijk toegang tot jouw bankrekening. En dat pakje? In de meeste gevallen zit er niets in.

 

Let ook op valse e-mails van bezorgdiensten

 
Oplichters gebruiken ook vaak e-mails waarin ze zich voordoen als een bezorgdienst. Bijvoorbeeld met een berichtje dat je niet thuis was. En of je even op een linkje wilt klikken om het pakket te bekijken. Op de site van Fraudehelpdesk zie je welke valse e-mails nu veel voorkomen en waaraan je ze herkent. Ook geeft de Fraudehelpdesk tips wat je kunt doen als je een e-mail niet vertrouwt. 

 

14-07-2026

 

Nieuwe barrièremodellen helpen bij aanpak mensenhandel

Criminele uitbuiting

 

Het CCV heeft drie barrièremodellen over mensenhandel ontwikkeld. Het gaat om modellen voor seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting. De modellen helpen professionals om beter te zien hoe uitbuiting ontstaat, waar signalen zichtbaar kunnen zijn en waar partners kunnen ingrijpen.

Mensenhandel is een ernstige schending van mensenrechten. Slachtoffers worden onder druk gezet, misleid of afhankelijk gemaakt. De aanpak is complex, omdat uitbuiting vaak verborgen blijft en verschillende partijen een rol kunnen spelen. Daarom is samenwerking tussen onder meer gemeenten, politie, Openbaar Ministerie, zorg, toezicht, onderwijs en andere partners belangrijk.

Doorontwikkeld met professionals uit de praktijk

Het CCV ontwikkelde in opdracht van het Actieplan programma Samen tegen mensenhandel drie barrièremodellen. Het gaat om de vormen van mensenhandel die binnen het programma prioriteit krijgen. De bestaande modellen over seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting zijn geactualiseerd en uitgebreid. Voor criminele uitbuiting is een nieuw model ontwikkeld.

Bij de doorontwikkeling is de hele keten betrokken. Professionals uit verschillende organisaties dachten mee over de werkwijze van uitbuiters, signalen in de praktijk en mogelijke barrières. Ook zijn de barrières geprioriteerd. Zo wordt duidelijk waar partners samen het meeste verschil kunnen maken.

Kijken door de ogen van uitbuiter

De barrièremodellen beschrijven welke stappen een uitbuiter zet om uitbuiting mogelijk te maken. De modellen kijken dus vanuit het perspectief van de dader. Per stap staan de gelegenheden, signalen, faciliteerders en bestaande en gewenste barrières beschreven.

Dat helpt professionals om verder te kijken dan het strafbare feit zelf. De modellen maken zichtbaar welke personen, plekken, middelen en omstandigheden uitbuiting mogelijk maken. Denk bijvoorbeeld aan het ronselen van slachtoffers, het regelen van vervoer of huisvesting, het gebruik van digitale platforms, het innen van geld of het onder druk zetten van slachtoffers.

Samen bepalen waar ingrijpen mogelijk is

De barrièremodellen helpen partners om samen te bepalen waar zij kunnen ingrijpen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om beter signaleren, informatie delen binnen de juiste kaders, criminele processen verstoren of hulp aan slachtoffers versterken.

Openbaar beschikbaar

De barrièremodellen zijn openbaar beschikbaar via de website. Daardoor kunnen ook partners buiten de strafrechtketen ermee werken, zoals zorgprofessionals, gemeenten, scholen en maatschappelijke organisaties.

 

24-06-2026

 

Criminaliteit gedaald maar overlast gestegen

Collage met een politieagente achter een laptop, een man met een baard in close-up, cijfers en de tekst ‘Cyber attack’ op een computerscherm.
Illustratie: Hans Sprangers
22 april 2024
auteurs: Wim Bernasco , Steve van de Weijer , Stijn Ruiter
 

In de nieuwe serie ‘De staat van de misdaad’ analyseren onderzoekers van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) ontwikkelingen rond misdaad en rechtshandhaving. In deze eerste aflevering beschrijven zij trends in de acht meest voorkomende vormen van criminaliteit en overlast sinds 2012.

 
 

In deze eerste aflevering van de serie ‘De staat van de misdaad’ beschrijven we de trends in veelvoorkomende vormen van door de politie geregistreerde criminaliteit en overlast. De geregistreerde criminaliteit in Nederland daalt al sinds het begin van deze eeuw (De Jong, 2018). Maar hoe ziet de trend eruit in de recente jaren? Zet de daling door voor alle vormen van criminaliteit? En is er ook een daling zichtbaar in de overlast die bij de politie wordt gemeld? 

Transparantie

In deze bijdrage analyseren we de door de politie gepubliceerde gegevens over criminaliteit en overlast en door het CBS gepubliceerde gegevens over de omvang van de bevolking in de periode 2012-2023 om deze vragen te beantwoorden. Om rekening te houden met de bevolkingsgroei presenteren we het aantal incidenten per 100.000 inwoners in het betreffende jaar. Voor maximale transparantie hebben we de door ons samengestelde gegevensbestanden en onze analysecode openbaar gemaakt op GitHub, opdat geïnteresseerden onze bevindingen kunnen reproduceren en eventueel aanvullen. 

Misdrijven en overlastincidenten

De door het CBS gepubliceerde gegevens over het aantal misdrijven zijn ontleend aan de Basis Voorziening Informatie (BVI) van de politie. Bij misdrijven gaat het om aantallen geregistreerde misdrijven per jaar, opgesplitst naar de aard van het misdrijf. Een geregistreerd misdrijf is door de politie vastgelegd in een proces-verbaal van aangifte of in een ambtshalve opgemaakt proces-verbaal. Misdrijven zijn de feiten die zijn strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht en in diverse bijzondere wetten, waaronder de Opiumwet, de Wegenverkeerswet en de Wet Wapens en Munitie. In de analyse hebben we de categorie ‘Ongevallen (Weg)’ buiten beschouwing gelaten. 

 

 

Tussen 2012 en 2023 daalde de geregistreerde criminaliteit met 35 procent

De door het CBS gepubliceerde gegevens over overlastincidenten zijn ontleend aan de Basisvoorziening Handhaving (BVH) van de politie. Deze bevat registraties van door burgers gemelde overlastincidenten waarop door de politie inzet is gepleegd, aangevuld met overlastincidenten die door de politie zelf zijn waargenomen.

Trends in totale criminaliteit en overlast

Figuur 1 toont de trends in de totale omvang van criminaliteit en overlast in Nederland tussen 2012 en 2023. De oranje lijn laat zien dat de daling van de geregistreerde criminaliteit in Nederland heeft doorgezet in het afgelopen decennium. Tussen 2012 en 2023 daalde de geregistreerde criminaliteit met 35 procent, van 6.208 naar 4.060 misdrijven per 100.000 inwoners. De geregistreerde criminaliteit bereikte het voorlopig laagste punt in 2021, tijdens de COVID-19-pandemie (de gearceerde periode in Figuur 1).

Figuur 1> Totaal aantal criminaliteits- en overlastincidenten per 100.000 inwoners in Nederland, tussen 2012 en 2023

 

 

Dalingen in de geregistreerde criminaliteit zijn mogelijk deels verklaarbaar doordat burgers steeds minder bereid zouden zijn om aangifte te doen. Het blijkt inderdaad uit de Veiligheidsmonitor 2019 dat de aangiftebereidheid (van alle gewelds-, vermogens-, en vandalismedelicten samen) tussen 2012 en 2019 daalde van 38 naar 32 procent (CBS, 2020). Deze daling (van 16 procent) is echter aanzienlijk geringer dan de daling van 33 procent in de geregistreerde criminaliteit in dezelfde periode. En ook uit de eerdergenoemde Veiligheidsmonitor (CBS, 2020) en zelfrapportages van daders (Van der Laan e.a., 2021) komt een dalende trend in criminaliteit naar voren, terwijl deze bronnen niet gevoelig zijn voor vertekening door de veranderende aangiftebereidheid van burgers. Daarmee lijkt de geobserveerde daling in geregistreerde criminaliteit niet volledig op het conto te kunnen worden geschreven van veranderingen in aangiftebereidheid.

De blauwe lijn in Figuur 1 laat zien dat er in dezelfde periode juist sprake was van een toename van de geregistreerde overlast. Tussen 2012 en 2023 nam overlast toe met 49 procent, van 1.668 naar 2.486 incidenten per 100.000 inwoners. Gedurende de coronacrisis was het aantal geregistreerde overlastincidenten zelfs nog hoger.

Deze stijgende trend in het aantal registraties van overlast in Nederland is opvallend

Deze stijgende trend in het aantal registraties van overlast in Nederland is opvallend. Niet alleen omdat het tegengesteld is aan de dalende trend van geregistreerde criminaliteit, maar ook omdat zelfrapportages van overlast in de Veiligheidsmonitor juist een licht dalende trend laten zien. Al kan daarbij worden aangetekend dat de door de politie gehanteerde categorieën niet naadloos aansluiten bij de vragen in de Veiligheidsmonitor. Uit de Veiligheidsmonitor 2019 blijkt namelijk dat 43 procent van de respondenten in 2019 aangaf veel overlast te ervaren van tenminste één overlastvorm (fysieke overlast, sociale overlast, verkeersoverlast, hinder van horecagelegenheden), terwijl dit nog 46 procent was in 2012 (CBS, 2020). Een mogelijke verklaring voor de stijging in registraties van overlast is dan ook dat burgers overlast tegenwoordig vaker melden bij de politie, en dat overlast daardoor vaker geregistreerd wordt. Mogelijk registreert de politie tegenwoordig ook meer dan voorheen op eigen initiatief overlastincidenten die niet door burgers gemeld zijn.

Trends in meest voorkomende vormen van criminaliteit

In Figuur 2 wordt dieper ingegaan op de trend in criminaliteit, door deze uit te splitsen naar de acht meest voorkomende vormen van criminaliteit. Slechts bij twee typen criminaliteit is geen daling zichtbaar tussen 2012 en 2023. Het aantal incidenten van winkeldiefstal is nagenoeg gelijk gebleven in deze periode, en daalde alleen tijdens de pandemie, waarschijnlijk als gevolg van de beperkte openingstijden van winkels gedurende lockdowns. 

Het meest opvallend is de toename van horizontale fraude

Het meest opvallend is de toename van horizontale fraude. Dit zijn alle vormen van fraude gericht tegen burgers, bedrijven en financiële instellingen. Hierbij is tegenwoordig vaak sprake van gedigitaliseerde criminaliteit zoals vriend-in-noodfraude (via bijvoorbeeld Whatsapp) en Marktplaatsfraude. De omvang blijkt tussen 2012 en 2023 meer dan vertienvoudigd te zijn (van 48 naar 493 misdrijven per 100.000 inwoners). De grootste stijging is zichtbaar tussen 2014 en 2016, wat het gevolg van een registratie-effect lijkt te zijn. In de Fraudemonitor 2016 wordt namelijk omschreven dat de registratiesystemen bij politie en OM sinds begin 2015 zijn gesynchroniseerd op de fraudethema’s uit de Veiligheidsagenda zodat resultaten beter vergeleken kunnen worden. Hiervoor werd een substantieel deel van de zaken onder oude, ongelijksoortige classificaties ingeschreven (OM, 2017). 

Tijdens de pandemie is er een duidelijke piek te zien in horizontale fraude, en was dit verreweg het meest voorkomende type delict. Na de pandemie daalde het niveau weer terug naar het niveau van het jaar ervoor. Mogelijk hangt deze ontwikkeling samen met de verhoogde intensiteit van online activiteiten tijdens de pandemie, waardoor burgers kwetsbaarder werden voor gedigitaliseerde vormen van horizontale criminaliteit.

De grootste daling (77 procent) vertoont de categorie diefstal/inbraak woning

De grootste daling (77 procent) vertoont de categorie diefstal/inbraak woning. Maar ook de categorieën diefstal uit of vanaf motorvoertuigen, vernieling of zaakbeschadiging, overige vermogensdelicten, mishandeling, en diefstal van brom-, snor- en gewone fietsen daalden aanzienlijk, waarbij opvalt dat de prevalentie het laagst was in 2020 en 2021 ten tijde van de pandemie. 

Figuur 2> Trends in de acht meest voorkomende soorten misdrijven

 

 

Trends in verschillende vormen van overlast

Tot slot laat Figuur 3 de trends zien in de acht soorten overlast die in de politieregistraties worden onderscheiden. Uit deze figuur blijkt dat de algeheel stijgende trend in overlastincidenten gedreven wordt door drie typen overlast, namelijk overlast van zwervers, overlast in verband met alcohol en drugs, en overlast door verwarde personen. Het aantal incidenten van deze drie typen overlast is tussen 2012 en 2023 met respectievelijk 221 procent, 181 procent, en 198 procent gestegen. De overlast door verwarde personen stijgt al sinds 2012 gelijkmatig, en is inmiddels de meest voorkomende vorm van overlast.

De piek in overlast ten tijde van de pandemie is vooral toe te schrijven aan overlast van jeugd en overige geluidshinder (dat wil zeggen exclusief geluidshinder van evenementen of horeca), aangezien deze twee vormen van overlast sterk stegen in 2020 en 2021 maar in 2023 weer zijn gezakt naar het niveau van voor de pandemie.

Er is sprake van een flinke daling in geluidshinder door horeca en door evenementen    

De overige drie soorten overlast – geluidshinder door evenementen, geluidshinder door horeca, en openbare dronkenschap – komen relatief weinig voor waardoor de trends in de figuur moeilijk zichtbaar zijn. Desalniettemin is er sprake van een flinke daling in geluidshinder door horeca en door evenementen, waar in 2023 respectievelijk 62 en 40 procent minder incidenten geregistreerd werden dan in 2012. Logischerwijs was het aantal incidenten van deze twee soorten geluidshinder het laagst in 2020 en 2021, toen horecagelegenheden en evenementen door de corona-restricties vaak gesloten waren of afgelast werden. 

Figuur 3> Trends in de acht onderscheiden soorten overlast

 

 

Conclusie

In deze eerste aflevering van de serie ‘De staat van de misdaad’ hebben we laten zien dat de geregistreerde criminaliteit in het afgelopen decennium verder is gedaald terwijl de geregistreerde overlast juist is toegenomen. Dit betekent dat de maatschappelijke problemen waarmee politie en andere partners op het terrein van justitie en veiligheid geconfronteerd worden lijken te verschuiven: er is steeds minder misdaad, maar steeds meer overlast. Dit roept de vraag op hoe deze organisaties met deze verandering omgaan en of hun takenpakket ook aan het verschuiven is. Uit recent onderzoek blijkt dat minder dan de helft van de tijd besteed aan reactieve politie-inzet op basis van 112-hulpvragen, gespendeerd wordt aan criminaliteit (Verlaan, Langton en Ruiter, 2023). Ook blijkt dat er veel tijd gemoeid is met overlast, maar of die verhouding in het afgelopen decennium is verschoven is onbekend. 

Landelijke trends verhullen mogelijk geografische verschillen

Landelijke trends verhullen mogelijk geografische verschillen. Het zou interessant en relevant zijn om de ontwikkelingen in criminaliteit en overlast regionaal uit te splitsen. Trends in de hoeveelheid criminaliteit verhullen bovendien mogelijke verschuivingen in de ernst van criminaliteit. Om daar beter zicht op te krijgen wordt op dit moment een Nederlandse Crime Harm Index ontwikkeld (Van Ruitenburg en Ruiter, 2023). Mogelijk zal in de toekomst een ‘De staat van de misdaad’ gewijd worden aan deze onderwerpen.

We benadrukken dat de oorzaken van de geconstateerde veranderingen in geregistreerde criminaliteit en overlast moeilijk te achterhalen zijn. Los van het gegeven dat de gemeten omvang van deze verschijnselen erg gevoelig is voor de wijze waarop ze worden gedefinieerd en geregistreerd, zijn er veel verschillende maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de mate waarin mensen zich aan wetten en fatsoensregels houden, en op de mate waarin zij zich tot de politie wenden wanneer anderen dat niet doen. <<

02-06-2026

Film ‘Echt of nep?’ zet aan tot gesprek

Oudere vrouw achter laptop.

 

 

 

 

De interactieve film ‘Echt of nep?’ helpt presentatoren om met senioren in gesprek te gaan over online oplichting en digitale weerbaarheid. Uit een evaluatie onder 67 respondenten blijkt dat zij vooral positief zijn over de herkenbare voorbeelden en de interactieve opzet. De film nodigt deelnemers uit om mee te denken en ervaringen te delen.

Senioren bereiken via vertrouwde lokale kanalen

Bezoekers komen op verschillende manieren bij een bijeenkomst terecht. Veelgebruikte kanalen zijn lokale media, sociale media, nieuwsbrieven, posters en mond-tot-mondreclame. Ook gemeenten, bibliotheken, ouderenorganisaties en andere organisaties helpen vaak mee met de uitnodiging.

Oudere man achter laptop
Beeld uit de film ‘Echt of nep?’

In de toolkit die hoort bij de film staat een voorbeeld van een uitnodiging en een nieuwsbericht om de bijeenkomst onder de aandacht te brengen in de lokale media. Het aantal bezoekers verschilt per bijeenkomst. Gemiddeld zijn dat dertig deelnemers. Soms is de groep klein, soms juist groot. Volgens presentatoren hangt dit vooral af van de locatie, de promotie en het soort bijeenkomst.

Interactieve film maakt online oplichting herkenbaar

De interactieve film bestaat uit meerdere scenes: WhatsApp-fraude, phishing, bankhelpdeskfraude, spoofing, aan- en verkoopfraude, relationele beleggingsfraude, stemnabootsing en datingfraude. Presentatoren geven de interventie gemiddeld een 8,4.

Zij waarderen vooral de herkenbare situaties en de manier waarop de film het gesprek op gang brengt. Genoemde verbeterpunten gaan over de voorspelbaarheid van de te maken keuzes, de wens om fragmenten te selecteren op doelgroep/actualiteit en behoefte aan aanvullend materiaal.

Goede voorbereiding zorgt voor meer gesprek

Volgens presentatoren werkt de film het best als er genoeg ruimte is voor gesprek. Een goede voorbereiding is daarbij belangrijk. Ook helpt het om voorbeelden te kiezen die passen bij de doelgroep en om deelnemers na afloop praktische tips mee te geven. Deze tips zijn te vinden in de handleiding van de film.

Tips van presentatoren die met de film ‘Echt of nep’ werken

  • Interactie: ga actief het gesprek aan, stel vragen en laat deelnemers ervaringen delen; de film is vooral een startpunt voor dialoog.
  • Eigen dia’s: vul aan met eigen slides/voorbeelden, lokale cijfers of extra uitleg om de presentatie passend te maken.
  • Positief insteken: sluit af met handelingsperspectief en een positieve toon; voorkom dat mensen angstig naar huis gaan.
  • Goede voorbereiding: bereid inhoud en techniek goed voor (zaal, wifi/geluid, volgorde, timing) zodat je soepel kunt presenteren.
  • Kort en bondig: houd tempo en uitleg compact; focus op kernboodschappen.
  • Warme overdracht: verwijs door naar vervolgaanbod/hulp (bijv. bibliotheekspreekuur, politie, betrouwbare websites) en geef iets mee.
  • Gebruik handleiding: benut de handleiding/ondersteunend materiaal om de opzet en tips goed te kennen.
  • Niet alle filmpjes: selecteer fragmenten die passen bij de doelgroep en context; te veel onderdelen kost aandacht.
  • Maak het herkenbaar: vertaal casussen naar praktische, herkenbare situaties en voorbeelden dicht bij de leefwereld van de doelgroep.
  • Begrijp de materie: zorg dat je inhoudelijk stevig staat en vragen uit de zaal kunt beantwoorden (eventueel met een expert erbij).
  • Locatie toegankelijk: let op bereikbaarheid en praktische toegankelijkheid van de locatie voor de doelgroep.

Meer informatie over ‘Echt of nep?’

De film ‘Echt of nep?’ is ontwikkeld door VeiligheidsAlliantie regio Rotterdam met behulp van de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime. De film en de bijbehorende toolkit zijn te vinden op de website van het CCV. In de toolkit staan diverse materialen voor organisatoren en presentatoren. Heb je vragen over de inzet van de film, neem dan contact op.

13-5-2026

 

Malafide klussers aanpakken

Laatst gewijzigd op: 12-05-2026

Gemeenten krijgen steeds vaker signalen over malafide klussers. Zij bieden werkzaamheden aan, maar rekenen daarna veel meer dan vooraf is afgesproken. Soms leveren zij slecht werk of maken zij de klus niet af. In sommige gevallen gebruiken zij druk, intimidatie, bedreiging of zelfs geweld om betaling af te dwingen.

Klusjesman - illustratie in het dossier mobiele bendes van het CCV.

 

 

 

 

 

Deze praktijken komen vaak voor in georganiseerd verband. Sommige groepen werken mobiel en zijn in meerdere gemeenten actief. Ze gebruiken wisselende bedrijfsnamen, telefoonnummers, voertuigen en websites. Daardoor kunnen zij in korte tijd op verschillende plekken slachtoffers maken.

De werkwijze van malafide klussers verandert. Waar deze klussers eerder vooral langs de deuren gingen, komen inwoners nu ook online met hen in contact, zeker wanneer er sprake is van spoed. Bijvoorbeeld via zoekmachines, online advertenties of websites die betrouwbaar lijken. Juist daardoor is het voor inwoners lastig om vooraf te zien met wie zij te maken hebben.

Voor gemeenten is het daarom belangrijk om inwoners actief te informeren. Met duidelijke waarschuwingen, praktische tips en heldere meldroutes kunnen gemeenten helpen om slachtofferschap te voorkomen.

Hoe gaan malafide klussers te werk?

Malafide klussers bieden vaak werkzaamheden aan in en om het huis. Denk aan reparaties aan daken, schoorstenen en dakgoten, schilderwerk, gevelreiniging, bestrating, asfaltering, slotenmakerswerk, elektra of spoedreparaties.

Zij spelen vaak in op haast, onzekerheid of acute problemen. Denk aan een kapot slot, een lekkage, stroomstoring of schade aan het dak. Inwoners zoeken dan snel hulp en klikken soms op het eerste bedrijf dat zij online vinden.

Daar zit het risico. Een website kan professioneel ogen, terwijl de bedrijfsgegevens onduidelijk zijn of niet kloppen. Ook kan een lage vanafprijs later flink oplopen. Wat begint als een snelle oplossing, eindigt dan in een hoge rekening, slecht werk of druk om direct te betalen.

Deze praktijken staan vaak niet op zichzelf. Dezelfde personen of groepen kunnen in meerdere gemeenten actief zijn, soms onder steeds andere bedrijfsnamen of websites.

Signalen om met inwoners te delen

Gemeenten kunnen inwoners wijzen op signalen die kunnen duiden op malafide klussers:

  • Er is geen duidelijke offerte.
  • De prijsafspraak is alleen mondeling gemaakt.
  • De prijs loopt tijdens de klus snel op.
  • Het bedrijf heeft geen duidelijk adres of KvK-nummer.
  • De diensten worden in heel Nederland aangeboden, maar zijn niet aan specifieke vestigingen gekoppeld.
  • Het telefoonnummer of e-mailadres is niet goed herleidbaar; het e-mailadres komt bijvoorbeeld niet overeen met de naam van het bedrijf of er wordt gebruik gemaakt van een algemeen nummer, zoals een 0900-nummer.
  • De reviews zijn opvallend positief, vaag of alleen op één website te vinden.
  • De klusser wil direct beginnen en zet druk op de beslissing.
  • Er wordt gevraagd om direct aan de deur te betalen.
  • Er komt geen duidelijke factuur.
  • De bedrijfswagen, werkkleding of het gereedschap oogt niet professioneel.
  • De klusser wordt boos, dwingend of intimiderend als er vragen worden gesteld.

Eén signaal betekent niet meteen dat er sprake is van malafide klussers, maar meerdere signalen tegelijk zijn reden om extra voorzichtig te zijn.

Handelingsperspectief voor inwoners

Gemeenten kunnen onderstaande punten gebruiken in bewonerscommunicatie, bijvoorbeeld op de gemeentelijke website, social media, in een wijknieuwsbrief of via wijkteams.

Voor de afspraak

Adviseer inwoners om eerst het bedrijf te controleren:

  • Check of het bedrijf staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
  • Controleer of KVK-nummer, adres en telefoonnummer kloppen.
  • Kijk of er reviews of klachten staan op verschillende onafhankelijke websites, zoals Trustpilot en Opgelicht?.
  • Controleer bij de branchevereniging of keurmerkbeheerder waar het bedrijf zegt aangesloten te zijn of dit daadwerkelijk zo is.
  • Zoek ook op de bedrijfsnaam in combinatie met woorden als ‘klacht’, ‘oplichting’ of ‘ervaring’.

Adviseer inwoners daarnaast om altijd een schriftelijke offerte te vragen voordat zij akkoord gaan. In de offerte moet staan:

  • welk bedrijf de werkzaamheden uitvoert;
  • welke werkzaamheden worden gedaan;
  • wat de prijs is;
  • welke kosten er eventueel bij kunnen komen;
  • wanneer de klus wordt uitgevoerd;
  • hoe en wanneer er betaald moet worden.

Wijs inwoners erop dat extra kosten niet zomaar in rekening mogen worden gebracht. Wijkt de prijs meer dan 10% af van de offerte? Dan moet het bedrijf dit vooraf melden en moet de consument hiermee instemmen. Dit geldt tenzij in de algemene voorwaarden een ander percentage staat.

Adviseer inwoners om ook voor en na de werkzaamheden foto’s maken van de situatie. Adviseer hen ook om af te spreken dat extra werkzaamheden pas mogen worden uitgevoerd na hun toestemming. Zet ook deze afspraak schriftelijk vast.

Tijdens de afspraak

Adviseer inwoners om alert te blijven tijdens de werkzaamheden. Let bijvoorbeeld op de bedrijfswagen (noteer het kenteken), werkkleding en gereedschap. Oogt het professioneel en komt het overeen met de gegevens online? Check ook regelmatig wat er gebeurt.

Wees vooral alert als:

  • de klusser zegt dat er direct veel meer werk nodig is;
  • de prijs ineens veel hoger wordt;
  • er druk wordt gezet om snel te beslissen;
  • een second opinion wordt afgeraden;
  • de klusser boos of dwingend reageert;
  • er direct contant of per pin aan de deur betaald moet worden.

Twijfelt een inwoner? Dan is het advies: ga niet akkoord met extra werkzaamheden. Vraag eerst advies aan iemand die je vertrouwt of neem contact op met een ander erkend bedrijf.

Na de afspraak

Adviseer inwoners om na afloop:

  • foto’s te maken van het uitgevoerde werk;
  • niet te betalen zonder duidelijke factuur;
  • de factuur per e-mail of op het woonadres te laten sturen;
  • te controleren of de factuurgegevens overeenkomen met de offerte en website;
  • niet direct aan de deur te betalen, zeker niet bij hoge bedragen.

Wat als een inwoner de situatie niet vertrouwt?

Gemeenten kunnen inwoners het volgende handelingsperspectief meegeven:

  • Staat er een klusser of monteur voor de deur en vertrouw je het niet? Laat diegene niet binnen en bel 112.
  • Ben je mogelijk slachtoffer geworden? Meld dit bij de politie. Ook als je twijfelt. Meldingen zijn belangrijk om patronen te herkennen en georganiseerde groepen beter in beeld te krijgen.
  • Inwoners kunnen ook melding doen of advies vragen bij de Fraudehelpdesk.
  • Inwoners die liever anoniem willen melden, kunnen dat doen bij Meld Misdaad Anoniem.

Waarom melden en signalen delen belangrijk is

De schade voor inwoners kan groot zijn. Soms gaat het om enkele honderden euro’s. In bijzondere gevallen loopt de schade op tot tienduizenden euro’s. Vooral oudere of kwetsbare inwoners lopen risico. Naast financiële schade kan ook het veiligheidsgevoel ernstig worden aangetast.

Soms denken slachtoffers dat zij geen aangifte kunnen doen, omdat het om een conflict over een klus lijkt te gaan. Dat is niet altijd juist. Als er sprake is van misleiding, druk, bedreiging of oplichting kan aangifte wel degelijk van belang zijn.

Voor gemeenten en veiligheidspartners zijn meldingen belangrijk. Malafide klussers zijn vaak lokaal, regionaal of landelijk actief. Soms gaat het om losse oplichters, maar vaak om georganiseerde groepen die mobiel werken. Zij gebruiken wisselende namen, telefoonnummers, voertuigen en websites.

Door signalen te bundelen, ontstaat beter zicht op terugkerende werkwijzen, betrokken personen, voertuigen, websites en bedrijfsnamen. Zo kunnen patronen sneller worden herkend en kunnen gemeenten, politie, toezichthouders en andere veiligheidspartners gerichter handelen.

De actuele signalen vragen ook om aandacht voor online vindbaarheid, misleidende websites en advertenties. Juist daar begint het contact met slachtoffers steeds vaker.

02-05-2026

 

Politie maakt grote omslag: elke agent moet online criminaliteit gaan bestrijden

 

Oplichting, bedreiging, fraude, diefstal, afpersing. Ruim de helft van alle criminaliteit gebeurt online. Elke agent moet daarom met cybercrime aan de slag, zegt Stan Duijf, cybercrime-baas van de nationale politie.

Wout van Arensbergen, Henk van Gelder

„Online criminaliteit was eerst alleen iets voor hoog gespecialiseerde teams binnen de politie. Dat kan niet meer”, zegt Duijf. „De bestrijding van online criminaliteit is gewoon politiewerk. Het moet de komende jaren voor alle 60.000 agenten dagelijks onderdeel worden van hun werk.”

Dat inzicht zorgt voor een enorme omslag binnen de politie, die de nieuwe werkwijze de komende jaren invoert. Nu al krijgen nieuwe agenten in de basispolitieopleiding les om hun digitale vaardigheden te vergroten.

 

Ook leren ze hoe je een goede aangifte van internetfraude opneemt en is er specifieke aandacht voor het opsporen van online criminaliteit. Op tal van plekken binnen de politie, zoals in de zogeheten basisteams, worden digitaal goed opgeleide mensen geplaatst.

 

Neusje van de zalm

De aanpak van online criminaliteit krijgt de komende jaren topprioriteit. De cyberspecialisten bij de landelijke en regionale teams vormen volgens Duijf het neusje van de zalm en zijn betrokken bij alle grote, complexe onderzoeken naar internetcriminelen. Ook internationaal is de samenwerking dik op orde, zegt Duijf. Met landen als Duitsland, Frankrijk, Engeland en de Verenigde Staten wordt intensief samengewerkt.

De schade van online criminaliteit is enorm. Alleen al in 2023 zorgde online fraude bij slachtoffers voor een totale schade van 100 miljoen euro. Slachtoffers kampen daarnaast met psychische schade; vaak schamen zij zich en durven ze niemand meer te vertrouwen. De totale schade van alle cyberincidenten in Nederland, inclusief bedrijven, zou volgens een onderzoek van het ministerie van Economische Zaken rond de 10 miljard euro liggen.

Geen capaciteit

De aanpak van online criminaliteit móet daarom volgens Duijf nu ook in het dagelijkse politiewerk een stevig fundament krijgen. Aangiften over online criminaliteit waarbij mensen worden opgelicht, worden nu nog vaak terzijde gelegd. Laat maar liggen, krijgen de lokale rechercheurs te horen. Geen capaciteit. Geen pakkans. Te complex.

Tijdens de grote sextortionzaak tegen Mark S. uit Borculo bleek dat sommige slachtoffers die door hem seksueel werden afgeperst al jaren geleden tevergeefs aangifte hadden gedaan. In de afgelopen vijftien jaar stuurden agenten de slachtoffers zonder verdere hulp weg. De politie Oost-Nederland heeft daar inmiddels excuses voor aangeboden.

Basisteams zijn vooral lokaal gericht. Daders van online criminaliteit kunnen overal zitten, zij maken slachtoffers door het hele land. Vaak op grote schaal. Wie pakt het dan op als het al zo druk is. „Als politie gaan we meer centraal investeren in analyse, zodat we cybercrime samenhangend en beter gaan aanpakken.”

Elke aangifte belangrijk

Elke aangifte is belangrijk, benadrukt Duijf. „We kijken als politie vaak nog te enkelvoudig naar aangiften. We moeten niet individueel naar die zaken kijken. Vaak zijn er veel meer mensen slachtoffer geworden. De kunst wordt om naar het groter geheel te kijken. Naar patronen, naar clusters. En dat dan aanpakken. Daarom is élke aangifte o zo belangrijk.”

In Oost-Brabant liep een proef. Daar werd gezocht naar overeenkomsten tussen daders en konden tientallen casussen worden gebundeld.

Er zijn al stappen gemaakt, zegt Duijf. Zo komt de politie geregeld bij slachtoffers thuis om sporen op de laptop of telefoon veilig te stellen als cybercriminelen hebben ‘ingebroken’ op de bankrekening.

 

Die omslag naar het bestrijden van online criminaliteit als dagelijks politiewerk wekt interesse in het buitenland, merkt Duijf. „We krijgen bijvoorbeeld vragen uit Duitsland en Engeland hoe we de focus bij een volledige politieorganisatie voor een heel land gaan veranderen.”

 

 
30-03-2026

 

 

 

 

 

 

 

 

Andy Kraag in actie tegen mensensmokkel

 

De ervaren recherchechef en crime fighter Andy Kraag gaat de strijd aan met mensensmokkel. Hij komt aan het hoofd staan van het nieuw opgerichte ECAMS van Europol: European Centre Against Migrant Smuggling. Startbudget: 50 miljoen euro.

Volgens Europol maakt negen op de tien illegale migranten gebruik van smokkelaars. Jaarlijks gaat er tussen de 4,7 en 6 miljard euro om in deze criminele industrie. Tegelijk stijgt het aantal slachtoffers. In 2025 kwamen volgens de Verenigde Naties minstens 2.185 mensen om op de Middellandse Zee. De smokkel naar Europa groeit zo uit tot een steeds gewelddadiger en ook digitaler verdienmodel. Aan Kraag de taak om niet langer te reageren op incidenten, maar om netwerken structureel te ontmantelen.

Mensensmokkelaars profiteren enorm van de geopolitieke crises. Conflicten in onder meer Syrië, Afghanistan en Oekraïne leidden direct tot nieuwe migratiestromen en verdienmodellen. De smokkelaars opereren daarbij als moderne platformorganisaties. Ze gebruiken social media voor werving, AI voor gerichte advertenties en versleutelde apps voor communicatie en betaling. Cryptovaluta versnellen transacties en bemoeilijken opsporing. ‘Elke online advertentie is een ingang voor onderzoek,’ weet Kraag. Europol zet daarom zwaar in op open source intelligence, data-analyse en het verstoren van digitale infrastructuur, zoals het offline halen van websites. De aanpak verschuift ook inhoudelijk. Niet langer ligt er focus op uitvoerders, zoals chauffeurs, maar op de organisatoren achter de schermen. Deze ‘toppunten’ opereren vaak buiten de EU en sturen complexe netwerken aan. Analyse van geldstromen wordt cruciaal om deze structuren bloot te leggen.

Kraag weet hierbij van aanpakken. Met een vergelijkbare strategie wist hij in twee jaar tijd de zware criminaliteit in Nederland te ontmantelen. 95 procent van criminele kopstukken, waaronder onderwereldbazen zoals Ridouan Taghi, verdwenen samen met hun voetsoldaten achter de tralies. Niemand bleek onaantastbaar, niemand bleek onvindbaar. Dus mensensmokkelaars: trek maar alvast dat reddingsvestje aan!

 

10-03-2026

Jeugdpeiling 2026: online risico’s, wapens en jeugdgroepen

Jongeren zijn steeds vaker online. En wat daar gebeurt, werkt door op straat en in de wijk. In de Jeugdpeiling 2026 delen professionals hun zorgen én hun ervaringen. Het beeld is duidelijk: criminaliteit begint jonger, online ronselen is lastig te zien en wapenbezit blijft een hardnekkig probleem. Tegelijk willen gemeenten en partners wél samenwerken, maar dat gaat niet altijd even soepel.

De grootste uitdagingen voor gemeenten het komende jaar zijn:

  • Meer zicht krijgen op de online leefwereld van jongeren
  • Betere samenwerking en heldere afspraken maken over informatiedeling
  • Omgaan met beperkte tijd, personeel en middelen.

“Wat online gebeurt, zien we niet. Daardoor reageren we altijd te laat.”

Online wereld is groot en vaak onzichtbaar

Respondenten noemen de online leefwereld van jongeren de grootste uitdaging. Besloten platforms en accounts maken gedrag moeilijk te volgen. Dat frustreert professionals, omdat je dan pas ingrijpt als het al misgaat. Zoals één respondent het zegt: “Wat online gebeurt, zien we niet. Daardoor reageren we altijd te laat.”

Jonger, sneller en soms harder

Veel professionals zien verjonging: jongeren komen al rond 11 of 12 jaar in beeld. Geld en status spelen daarbij een grote rol. Preventie komt dan snel te laat. Ook wapens en geweld baren zorgen, vooral messenbezit en dreiging met messen. Een respondent vat het scherp samen: We doen losse acties, maar geen structurele lijn.”

Samen sterk

Samenwerking is volgens veel respondenten onmisbaar voor een effectieve aanpak van (online) jeugdcriminaliteit en problematisch groepsgedrag. Ondanks dat professionals vaak tegen grenzen aanlopen van bijvoorbeeld privacyregels, verschillende werkwijzen of onduidelijke aanspreekpunten, geloven zij in een gecombineerde aanpak van preventie en begrenzing.

Lees alle uitkomsten, quotes en aandachtspunten van de jeugdpeiling in de factsheet Jeugdpeiling 2026.

Concreet aan de slag in jouw gemeente

Het CCV helpt gemeenten en partners om sneller samen te werken en meer grip te krijgen op (online) jeugdcriminaliteit, vroegsignalering en jeugdgroepen. Je vindt op deze website praktische hulpmiddelen, zoals het 7-stappenmodel, de interactieve pdf over vroegsignalering en de routekaart samenwerken bij online jeugdcriminaliteit.

Over de jeugdpeiling

Het CCV-jeugdteam voert de jeugdpeiling al dertien jaar uit. De peiling geeft inzichten die het CCV vertaalt naar praktische handvatten. De peiling voor 2026 werd ingevuld door professionals uit gemeenten, politie, onderwijs en welzijn. Meer dan de helft van hen werkt bij een gemeente.

 

 

09-02-2026

Brandweer vrijwilliger

In een recent overleg over onze laatste publicaties op Facebook spraken we over toon en voice. Persoonlijk vind ik dat we best kritisch mogen zijn op wie in dit land over veiligheid gaat. Op bestuurders. Op systemen. Op keuzes die van grote invloed zijn op mensen die elke dag klaarstaan.

Maar tegelijk zijn wij van de VBV ook gruwelijk trots. Trots op de brandweer. Trots op de vrijwilligers die 24/7 paraat staan. Want brandweervrijwilliger ben je niet “erbij”. Het is een passie. Een virus. En ja je moet een béétje raar zijn om naar gevaar toe te lopen waar anderen vandaan vluchten. Dat is geen hobby met een pieper. Dat is een keuze die je elke dag opnieuw maakt. Ook op dagen dat niemand het ziet. Je leeft je gewone leven: werk, gezin, boodschappen, sport, een verjaardag. En toch draag je altijd iets extra’s met je mee: het besef dat je, als het moet, meteen opstaat voor een ander

En dat gebeurt. Niet aangekondigd. Niet gepland.Een piep. Een seconde stilte. Dan: schoenen, jas, helm. Je laat achter waar je mee bezig was. Zonder drama. Zonder heldenverhaal. Gewoon omdat iemand anders op dat moment pech heeft. Angst. Vastzit. Niet meer ademt. Zijn huis ziet branden. Of langs de weg staat te trillen van schrik.

Het samen-gevoel is geen slogan

Wat het zo bijzonder maakt, is dat je het nooit alleen doet. De kazerne is een plek waar verschillen wegvallen. Jong en oud. Timmerman, docent, zorgmedewerker, ondernemer, student. Iedereen met een eigen leven, een eigen rugzak, een eigen verhaal. Maar zodra je binnenstapt, hoor je ergens bij. Bij een ploeg die elkaar blind vertrouwt. Niet omdat het gezellig is maar omdat het móét. Omdat je in een rookgevulde ruimte niet kunt twijfelen of de ander er staat. Omdat je je leven letterlijk aan elkaar toevertrouwt.

Dat vertrouwen groeit in trainingen. In eindeloze herhalingen. In vermoeidheid en frustratie, maar net zo goed in humor. En dat zie je terug op het moment suprême. Als het erop aankomt, beweegt een team als één organisme: kort, scherp, gefocust. Geen poeha. Alleen doen wat nodig is.

Passie met vuile handen

Brandweervrijwilligers hebben een stille passie. Niet het type dat roept hoe goed het is. Eerder het type dat doet. Dat de slang pakt. Een deur forceert. Knielt naast een slachtoffer. En nog één keer teruggaat om te checken of niemand is achtergebleven. En ja soms is het zwaar. Gruwelijk zwaar. Soms kom je terug met beelden die je liever niet had gezien. Beelden die ongewenst beklijven. Soms stap je na afloop weer je gewone leven in, terwijl je hoofd nog bij dat incident is. En toch staan vrijwilligers er wéér. Omdat plichtsbesef hier geen theorie is. Het zit in je lijf en leden!

Dankbaarheid die je niet koopt

Het mooiste? Dat moment ná. Wanneer de adrenaline zakt en je ineens voelt waarom je dit doet. Soms komt het later: een kaartje, een bericht, een ontmoeting in de supermarkt. En soms komt het nooit omdat mensen in shock zijn, of omdat het leven verder gaat. Maar jij weet het. Je was er. Voor iemand die jou niet kende, maar jou wel nodig had. En dat geeft een trots die je niet kunt faken. Trots die niet schreeuwt, maar blijft.

Vrijwillig, maar niet vrijblijvend

Precies daarom verdient dit respect. Vrijwillig betekent hier niet: vrijblijvend. Het betekent: vanuit jezelf. Uit overtuiging. Uit liefde voor je omgeving. Vrijwilligers vormen de ruggengraat van de brandweer in grote delen van Nederland. Met een eigen dynamiek, een eigen context en een enorme maatschappelijke waarde. Het is lokaal. Dichtbij. Menselijk. Het is: wij zorgen voor elkaar. En dat raakt aan iets groters. Aan gemeenschap. Aan verantwoordelijkheid. Aan de simpele waarheid dat een samenleving pas echt sterk is als mensen opstaan voor elkaar zonder contract, zonder bijsluiter.

Daarom is het zo mooi

Brandweervrijwilliger zijn is er staan wanneer het ertoe doet. Niet met woorden, maar met daden. Het is kameraadschap die je voelt in je ziel én zaligheid…Spanning, discipline, humor, verdriet, opluchting en trots door elkaar. Het is het beste van menselijkheid in werkkleding.

Samen komen. Samen gaan. Samen dragen : Het verschil maken.

 
 
 
 
 
 
 
02-02-2026

Geweld gebruikt tegen de politie? Altijd een reactie!

Incidenten waarbij politiemedewerkers agressief of gewelddadig worden behandeld, hebben hoge prioriteit. Er volgt altijd een reactie. Hoe?

  • Politiemedewerkers zijn duidelijk in wat wel en geen toelaatbaar gedrag is en spreken de agressieve persoon er direct op aan.
  • Fysiek geweld wordt natuurlijk niet geaccepteerd, evenmin als bedreiging, mishandeling of belediging.
  • Verdachten worden gelijk aangehouden.
  • De politie registreert alle incidenten met agressie en geweld.
  • De politie doet altijd direct aangifte.
  • Het Openbaar Ministerie brengt de dader zo snel mogelijk voor de rechter en eist driemaal zo hoge straffen. Daarbij kan het Openbaar Ministerie snelrecht of supersnelrecht toepassen.
  • Bij snelrecht vindt de rechtszaak tegen de verdachte binnen veertien dagen na het incident plaats, bij supersnelrecht binnen drie dagen.
  • Schade wordt altijd verhaald op de dader.
 
 
 
 
07-01-2026
 
THEMA'S:ondermijning

De ‘onderwereld’ bestaat niet

Collage met een politieman met fietshelm, een man in werkkleding met mensen in gesprek, boeken en twee hoofden verbonden door een grafieklijn.
Illustratie: Hans Sprangers
3 februari 2025
auteur: Teun van Ruitenburg
 

Ondermijning wordt in het veiligheidsdomein gedefinieerd als de vermenging van de ‘onderwereld’ met de ‘bovenwereld’. Deze definitie gaat dikwijls gepaard met het beeld van een ‘veelkoppig monster’. Laten we afscheid nemen van het begrip van de ‘onderwereld’. Georganiseerde criminaliteit en ondermijning bestaan niet ondanks, maar dankzij de samenleving.

 
 

Voormalig minister van Justitie en Veiligheid Yeşilgöz-Zegerius beschreef ‘ondermijning’ als een gevaar dat van buitenaf onze wereld binnendringt: “De manier waarop de onderwereld binnendringt in onze eigen wereld is ingrijpend en raakt ons allemaal.” Daarbij krijgt ‘ondermijning’ (on)menselijke eigenschappen toegeschreven: het gaat om een “veelkoppig monster” dat elke dag “een of meer koppen omhoog steekt”. De aanpak van dit “monster” heeft vervolgens betrekking op het “afhakken” van “een paar koppen” en streeft ernaar om “het beest in zijn hart raken”. Zo adviseerde de Rekenkamer Arnhem ‘zijn’ gemeente om bij de aanpak van ondermijning het “beest recht in de bek” te kijken. Het gaat tot slot om een hardnekkig probleem: wanneer “één kop van het monster” wordt afgehakt, zal elders weer een nieuwe aangroeien. 

In de jaren negentig bestond op vergelijkbare wijze het beeld van de georganiseerde criminaliteit als een buitenaards wezen. Tijdens de verhoren van de Parlementaire enquête opsporingsmethoden, IRT (1994-1996), werd Cyrille Fijnaut door de voorzitter gevraagd naar de aanwezigheid van een mysterieuze octopus: 

“Er is in Nederland voortdurend sprake van de naam Octopus, als ware er een grote overkoepelende vereniging, club, groep, die octopus heet en die, onder een- of tweehoofdige leiding, alles in handen zou hebben. Wat is uw bevinding ter zake?” 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Criminele groepen moeten begrepen worden in hun maatschappelijke en sociale context

Onderzoeksgroep Fijnaut kwam destijds tot de conclusie dat het beeld van één groep die zich bedient van een crimineel netwerk, als het ware via de tentakels van een octopus, niet klopt. Ook navolgend criminologisch onderzoek, zoals het recent verschenen overkoepelend fenomeenbeeld ‘Samenwerken en uitbesteden: georganiseerde misdaad in beeld’ van de Nationale Politie, benadrukt het fluïde karakter van criminele netwerken en het idee dat criminele groepen begrepen moeten worden in hun maatschappelijke en sociale context, en dus niet als een buitenaardse dreiging. Georganiseerde criminaliteit bestaat “niet ondanks, maar dankzij” de samenleving. Denk in dit verband aan de Rotterdamse haven, een van de belangrijkste levensaders van de Nederlandse economie en precies daarom van essentieel belang voor bijvoorbeeld het importeren van drugs uit Zuid-Amerika.

‘Onze eigen wereld’

Om deze reden pleit ik ervoor om in de discussie over ondermijning afscheid te nemen van de term  “onderwereld” én diens bijbehorende “monsters”. Dit voorstel is niet zonder praktische waarde: de manier waarop je een begrip definieert houdt verband met de manier waarop over de oorzaken van een probleem wordt nagedacht en juist dit is weer bepalend voor hoe de aanpak van het probleem wordt vormgegeven. Woorden maken daden. 

In het ‘monster’-frame ligt de nadruk op de dader als ‘de ander’

Het onderscheid tussen de boven- en onderwereld plaatst het probleem van georganiseerde criminaliteit onterecht buiten onze invloedsfeer en ontslaat ons van het willen begrijpen van crimineel gedrag. ‘Monsters’ zijn immers anders dan ‘wij’ en die kan en wíl je niet begrijpen—die kan je alleen maar de “kop afhakken” en “keihard aanpakken”. De realiteit is dat mensen betrokken raken bij georganiseerde criminaliteit door een samenspel van allerlei omstandigheden, sociale relaties, individuele factoren zoals psychische stoornissen, gezinsfactoren en (criminele) gelegenheden. Criminaliteit, in welke vorm dan ook, wordt gepleegd door mensen die inherent onderdeel uitmaken van wat de minister van Justitie en Veiligheid eerder omschreef als “onze eigen wereld”. In andere woorden: criminaliteit is het resultaat van onze wereld. Denk bijvoorbeeld aan de achterop geraakte buurten waarin jongeren kwetsbaarder zijn om bij criminaliteit betrokken te geraken, maar ook aan de aanbieders van cryptocommunicatiediensten, zoals het recent ontmantelde Matrix. Het feit dat het opsporingsdiensten (weer) is gelukt om een dergelijke dienst uit de lucht te halen en (live) met berichten mee te lezen, laat zien dat de aanbieders en gebruikers van deze dienst(en) zich onterecht in een andere wereld waanden.

Gelegenheden wegnemen

In het ‘monster’-frame ligt de nadruk op de dader als ‘de ander’. Het gaat uit van een wezen dat vanuit een andere wereld onze gegoede en gezonde maatschappij komt opvreten om vervolgens terug te keren naar zijn eigen (onder)wereld. Het is van belang om in te zien dat daders van georganiseerde criminaliteit niet fundamenteel anders zijn dan wij, met name ten behoeve van een effectieve aanpak. Het is belangrijk om de overwegingen en keuzes van daders onbevooroordeeld te (willen) analyseren en begrijpen om vervolgens de (criminele) gelegenheden te dichten in die ene wereld die we allemaal met elkaar delen. <<

Teun van Ruitenburg is lector Ondermijning bij het Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht, Avans Hogeschool, tevens senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR ). Deze bijdrage is grotendeels gebaseerd op de lectorale rede van de auteur op 27 september 2024 aan Avans Hogeschool, Centre of Expertise Veiligheid & Veerkracht (Van Ruitenburg, 2024). 
De auteur is bereikbaar voor vragen en discussies via e-mail: t.vanruitenburg(at)avans.nl
.

 
 
 

ert.

TOP